Een goede mondmotoriek belangrijk voor je tanden en je spraak

Wat is oromyofunctionele therapie (O.M.F.T.)?
Het gaat hierbij om een logopedische aanpak van afwijkende mondgewoonten. Afwijkende mondgewoonten zijn o.a. tongpersen (verkeerd slikken met de tong naar voren of opzij), een verkeerde tongligging in rust, of een verstoorde spierbalans in de mondmotoriek. Daarnaast horen ook duimen, vingerzuigen, langdurig speengebruik, liplikken en nagelbijten bij afwijkende mondgewoonten.
Afwijkende mondgewoonten kunnen een afwijkende gebitstand en afwijkende kaakontwikkeling veroorzaken en hierdoor kunnen spraak- maar ook gezondheidsproblemen ontstaan. De spierwerking van de tong en lippen beïnvloeden de stand van de tanden die doorkomen of al doorgekomen zijn.

Een voorbeeld:
Als iemand met de tong naar voren slikt, duwt hij met de tong tegen de tanden aan. De tong is een bijzondere sterke spier en wanneer er steeds op deze manier geslikt wordt, zullen de tanden verder naar voren gaan staan door de druk van de tong tegen de tanden. Een open of overbeet ontstaat dan. Spraakproblemen zoals slissen of lispelen zijn vaak het gevolg. Het kind schuift dan tijdens het spreken de tong tussen de tanden omdat er ruimte is ontstaan tussen het boven en ondergebit.

Waarom werkt O.M.F.T.?
Vaak gaan kinderen pas als ze wat ouder zijn, zo rond de puberteit naar de orthodontist of beugeltandarts. De afwijkende mondgewoonten bestaan dan vaak al lang. In veel gevallen wordt een beugel aangemeten. Wanneer de behandeling met vaste apparatuur is afgerond maar het afwijkend mondgedrag nog bestaat, zullen de tanden op den duur weer scheef gaan staan.

Onderzoek op gebied van logopedie en tandheelkunde heeft uitgewezen dat oromyofunctionele therapie zinvol kan zijn. Doordat het afwijkend mondgedrag wordt afgeleerd en spierversterkende oefeningen worden gedaan voor de mondmotoriek, herstelt de spierbalans in het mondgebied. Dit heeft een gunstig effect op de gebits-/en kaakontwikkeling. Een beugel is dan vaak minder lang nodig en ook wordt eventuele terugval na een beugelbehandeling voorkomen. In sommige gevallen blijkt ook oromyofunctionele therapie alleen voldoende te zijn. Oromyofunctionele therapie is vaak ook een eerste stap bij het afleren van slissen. Doordat de spieren sterker zijn, kan een kind beter een correcte s-klank maken. Dit komt de effectiviteit en het plezier van de behandeling ten goede.

Hoe ziet de behandeling eruit?
Na de intake, doet de logopedist een mondmotorisch onderzoek. Ze doet spiermetingen om te kijken hoe de spierbalans in het mondgebied is en bekijkt het slikken. Nadat een behandelplan is opgesteld, start een intensief en effectief oefentraject van 10 à 14 sessies. De logopedist geeft advies over het afleren van de afwijkende mondgewoonten en geeft oefeningen aan u mee. Deze worden dagelijks thuis herhaald. Soms wordt gekozen voor een hulpmiddel zoals een Trainer for Kids of een Myobrace. Bij de behandeling overleggen we vaak met de tandarts of orthodontist.

Wat kunnen we voor u en uw kind betekenen? maak een afspraak

“Ik heb geleerd hoe ik goed kan slikken. Dat is beter voor mijn gebit. Ik moest oefeningen doen zoals het goed doorslikken van eten. Dat vond ik superleuk, maar het volhouden vond ik wel een beetje lastig. Heidi hielp mij hierbij. Ik vind haar heel erg lief. Heidi heeft mij supergoed geholpen!”

Marike ( 9 jaar)Kind